De achttiende eeuw in twaalf stellingen


Worm en donder in vogelvlucht


1. De achttiende eeuw was een eeuw waarin literatuur ertoe deed.

Nicolaas Simon van Winter bezingt de zoetwaterpoliep

Stelling 2

Maar welk een vreemd gewrocht hangt aan den groenen rand
Van deezen vliet? wie kent deeze ongemeene plant?
Neen! \ít roert zich; \ít is een dier.
Ik ken het; \ít heeft myne oogen
Door de overŽenkomst met een aardgewas bedrogen.
Ű Tengre polypus, die myn verbaasdheid wekt,
En tusschen plant en dier de naaste schakel strekt!

De Jaargetijden (1769)

2. De worm speelt in de achttiende-eeuwse Nederlandse literatuur een veel essentiŽlere rol dan de meeste mensen aanvankelijk zouden verwachten. (vrij naar Charles Darwin)

Stelling 4

3. Men spreek over Hubert Korneliszoon Poot, Betje Wolff, Rhijnvis Feith en Hieronymus van Alphen.
Echte kenners weten dat Jan de Marre, Cornelius van Engelen en Johannes Lublink de Jonge de belangrijkste Nederlandse literatoren zijn.

4. Achttiende-eeuwers mogen graag mooi weer spelen, en hun personages in braafheid verhullen, maar in de verte ratelt de donder.

5. De achttiende eeuw is de eeuw van het gevoel, niet van de rede.

6. Als de worm aan je hart knaagt, lees dan wat brieven van Rhijnvis Feith en/of Bilderdijk en je voelt je weer het zonnetje in huis.

Stelling 3

7. Met jonge vrouwelijke hoofdpersonages loopt het zelden goed af in de achttiende-eeuwse literatuur. In het dramatische einde van Cornelia Wildschut ligt het failliet van een hele samenleving besloten.

8. De Surinaamse Lettervrienden vonden zichzelf een stuk zieliger dan de door hen en hun lezers te werk gestelde slaven.

ík Zing het zagte juk der slaaven,†
ík Zing het laage pienenhuisje,†
ít Vergenoegde slaavenhutje.†
Hoort eens hoe de Negers zingen
Op de knalmaat van de bijlen!

9. In een klein taalgebied is maar weinig mogelijk. Alles moet te begrijpen zijn voor de kijkertjes thuis.
Een hoog gemiddelde, maar weinig toppen. Veel Fokke Simonsen en weinig Poots.

10. De achttiende eeuw was misschien de eeuw dat literatuur ertoe deed. Het was echter ook de eeuw waarin literatoren beginnen door te krijgen dat hun rol marginaal wordt.

11. Als de overheid kunst en cultuur blijft zien als een links luxeproduct, dan kunnen we van de achttiende-eeuwers nog veel leren over betrokken en actief burgerschap.

Stelling 1

12. Achttiende-eeuwse Nederlandse poŽzie is niet alleen stichtelijk, literatuur kan ook opwekken, enthousiasmeren, oproepen tot krachtdadig verzet en opstand.

Vuige, laffe, oneedle slaven
Krommen zich in ketens neÍr:
Ketens passen vuigen slaaven!
Vrije burgren ít krijgsgeweer!

Zelandus
J. Bellamy